Door Jelle van der Pal — 4 september 2026
Twee maanden geleden zag ik op LinkedIn een advertentie voor de Dag van de Nederlandse Cloud voorbijkomen. Mijn eerste reactie was niet enthousiasme. Mijn eerste reactie was chagrijn.
Want dit is weer zo'n mega-event van ICT'ers waar ik nooit bij mag zijn. Ik ben niet genoeg. Mijn bedrijf is niet serieus genoeg. Het kost vast klauwen met geld. Allemaal vooroordelen — maar wel vooroordelen die ergens op gebaseerd zijn, op eerdere ervaringen waarin de deur inderdaad dicht bleef. En het gekke was: ik werd er boos van juist omdát ik er zo graag heen wilde.
Dus ik klikte het weg. Met een boze blik. Gek hoe dat gaat.
Een paar dagen later ben ik het toch nog eens gaan lezen. En toen dacht ik: hé, maar dit is gewoon gratis. Ik kan hier in principe gewoon heen. Er stond wel een wachtlijst bij, maar inschrijven kon gewoon. Dus dat heb ik maar gedaan.
En na een tijdje kreeg ik ineens bericht: je bent van de wachtlijst af, je kunt komen.
Wauw.
Ik heb het er meteen over gehad met mijn collega Sander — ook ondernemer, ook z'n eigen bedrijf — en die schreef zich ook in en was binnen no time door de wachtlijst heen. Dus we konden samen.
Waarom zo'n dag gratis is
Even voor wie het model niet kent, want dat is geen geheim en ook geen schande: dit soort feestjes worden betaald door vendors en grote hardwarebedrijven. Die mogen daarvoor hun verhaal houden. Iedereen die er komt heeft een bedrijf of werkt voor een bedrijf, en zou dus ooit klant kunnen worden. Zo simpel is het.
Er zijn dus talks gedurende de dag waarin een aantal van die grote jongens hun zegje mag doen. Dat is de manier waarop ze het heilige woord van hun tech-evangelie verkondigen. En de mensen die komen hebben een leuke dag, leren elkaar kennen, wisselen kaartjes uit — en zo kom je nog eens iemand tegen in de sector.
Ik had er vlak van tevoren nog zoiets van: en ik kom hier met meer werk vandaan. Achteraf was dat misschien iets te ambitieus.
Een vlonder door het water
De locatie was Buitenplaats Kameryck in Kamerik, ergens in de buurt van Utrecht maar dan echt middenin de weilanden. Je moest over een lange vlonder dwars door het water lopen voor je er was.
Het was groot. Er waren echt heel veel mensen — het event was uitverkocht. Gelukkig was er ook veel ruimte, en kon je af en toe naar buiten lopen om even met je armen te wapperen en te ademen, want binnen was het behoorlijk vol.
Relevant detail voor de rest van dit verhaal: ik ben op dit moment medicijnen aan het afbouwen die onder andere invloed hebben op prikkelverwerking. Mijn prikkelgeleiding stond dus wat losser afgesteld dan normaal. Ik moest af en toe een stapje terug, en ik kon niet zo actief meedoen als ik gewild had.
Verified Human
Bij de stand waar Sander als eerste een praatje ging maken — de mensen van Blackwall — kregen we een pin die je kon opspelden. Er stond "Verified Human" op.
Dat is natuurlijk een grap met een punt: Blackwall bouwt precies de techniek die kwaadaardige bots, crawlers en scrapers tegenhoudt voordat ze bij je webserver komen. Een badge waarmee jíj bevestigt dat je geen bot bent, uitgedeeld door een bedrijf dat de hele dag bots tegenhoudt.
Ik heb hem op mijn jas gedaan. Dan maak ik weer gratis reclame — kijk, daarvoor krijg je die rotzooi natuurlijk. Maar ik vond het ook gewoon leuk.
Dertig jaar Wilde Westen
Het plenaire deel begon met een oud-politicus: Zsolt Szabó, van 2 juli 2024 tot 3 juni 2025 staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met digitalisering in zijn portefeuille. Hij was verantwoordelijk voor de totstandkoming van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Die strategie was af op het moment dat hij aftrad — alleen stond de presentatie een paar dagen later gepland, en die ging door de val van het kabinet niet door.

Ik heb geen letterlijke aantekeningen gemaakt — ik wilde het gewoon meemaken — dus dit is uit mijn geheugen. Zijn verhaal ging erover dat er pas ná al die jaren dat digitaal en cyber een ding zijn, nu eindelijk een digitale agenda ligt bij het Rijk. Daarvoor wilde iedereen op zijn eigen eilandje wat doen, en juist daarom kwam er niks van de grond. Als je het hebt over aankoopbeleid, of over incidentmanagement in de keten, dán moet er beleid komen dat centraal wordt uitgerold.
En dat begint nu te komen. We hebben NIS2 en de Cyberbeveiligingswet. Na dertig jaar internet komt er eindelijk wat regulering, en wordt het wat minder een Wilde Westen.
Dat het zo lang heeft geduurd is schrijnend. Want die bestuurders zijn geen ondernemers en geen ICT'ers — het zijn mensen die bezig zijn met besturen, en die hebben er dertig jaar over gedaan voordat ze doorhadden dat die cyberwereld nogal wat invloed heeft op hun bestuurlijke wereld.
Ik ben als millennial altijd onderdeel geweest van die ontwikkeling. Ik heb alle voordelen én alle nadelen van de digitalisering meegemaakt. En het was altijd Wilde Westen. Als je computer werd aangevallen, of je website, of je merkte dat je indringers had — dan had je gewoon vet de pech. Geen capaciteit, geen politie, niks. Gebeurde er iets op internet? Jouw probleem.
Een miljoen kinderen
De tweede spreker ging over HackShield, een gratis game van Stichting HackShield Future Cyber Heroes waarmee kinderen — de kern van de doelgroep zit tussen de 8 en 12 jaar — digitale vaardigheden opdoen en leren over cyberveiligheid en hacking.
Haar verhaal was in de kern een oproep: we doen dit zonder winstoogmerk, we pushen geen producten, we verdienen niet aan de kinderen of aan de scholen — maar we hebben dus wél investeerders en bedrijven nodig.
Die oproep herhaal ik hier gewoon maar letterlijk, want het is een mooi doel. Ze vertelde dat ze inmiddels al een miljoen kinderen hebben bereikt met cyber awareness. Dat betekent een generatie die digitaal weerbaarder is en een beetje weet waar het over gaat in het cyberdomein. En je hebt er altijd kinderen tussen zitten die dit gewoon geweldig vinden en zich er verder in ontwikkelen.
Ik ga zelf kijken of de meisjes van mijn vriendin hier interesse in hebben, en of ik haar kan overhalen er eens een donatie aan te doen. Ze geeft toch wel eens wat aan het een of het ander. Why not — dan gaat het tenminste naar een goed doel dat ook echt iets dóet.

Wacht niet op Brussel
Het derde deel van het plenaire blok was voor Cristina Caffarra, mededingingseconoom en de drijvende kracht achter EuroStack — het initiatief dat pleit voor Europese strategische, soevereine digitale infrastructuur.
Haar verhaal ging over alle technieken die we binnen Europa zouden moeten inzetten om een echt aanbod te bieden voor onze eigen interne markt. We hébben een cloudprovider. We hebben een DNS-boer. We hebben softwareplatformen. We hebben SaaS-applicaties, we hebben infrastructuur. Alleen: dat zijn allemaal versnipperde bedrijfjes in verschillende landen.
Haar voorbeeld was Mercedes. Als zo'n bedrijf zegt: "Yo, ik heb end-to-end al mijn diensten nodig — regel dat", dan is er op dit moment binnen Europa geen enkele partij die kan zeggen: dat gaan we regelen. Geen partij die, à la Amazon of Microsoft, van voor tot achter alles levert — van cloudinfrastructuur tot DNS tot domeinnamen tot de applicaties die erop draaien, allemaal beheerd door één partij. Zodat de klant niet twintig leveranciers hoeft te informeren en af te stemmen, maar één.
En haar oproep, zoals ik hem hoorde, was scherp: ga niet als een kind naar de Europese Unie kijken in de hoop dat die het voor je oplost. Die mensen doen niks, want ze kúnnen niks, ze snappen die ICT niet, en het zijn zeker geen ondernemers. Wacht dus niet tot zij iets doen, want er is niemand met de macht die dit ook werkelijk begrijpt.
Dat vond ik een waardevolle oproep. En ook wel grappig, eerlijk gezegd.
Wat ze ook benadrukte: wij zijn geen tussenoplossing en geen middenmoot. Europa is een premium afzetmarkt, met premium diensten en een goed werkveld waarmee we een goede markt kunnen bedienen.
Het was daarmee een oproep aan alle ondernemers in de zaal om als Managed Service Provider dat versnipperde aanbod te centraliseren tot één ding. Ik bén een Managed Service Provider, met mijn bedrijfje PCPal. Dus dan zorg je dat je al die dingen binnen Europa kunt bedienen en dat je één stack kunt aanbieden.
Daar ga ik zeker wat mee doen.
"Je hebt een rack in je kelder?"
In de pauze heb ik buiten wat gebabbeld en een glas water gedronken. Ik kwam nog een verdwaald type tegen dat van de bloemenveiling kwam en helemaal niks met computers had — daar heb ik toch even lekker mee staan kletsen.
Er was een app waarmee je elkaar kon vinden en swipen. Van iedereen die me daar gevonden had, heb ik in het echt niemand teruggevonden. Dat lag deels aan mij: ik bleef niet voor de barbecue, en ik heb mezelf ook niet geforceerd om ze te gaan zoeken. Met tweehonderd mensen in een ruimte kan ik gezichten simpelweg niet meer uit elkaar houden — mijn hoofd loopt dan over. Beetje jammer.
Maar ik heb wel andere mensen gesproken. Onder anderen iemand van Spamhaus. Stukje Engels gepraat, mijn kaartje gegeven. En toen zei hij: "Hoezo, je bent een kleine ondernemer? Wat bedoel je, dat je het rack in je kelder hebt staan?"
Ik zei: ja. Vrij letterlijk. Ik heb een rack in mijn kelder staan waarmee ik mijn klanten bedien.
Mijn digitale domein staat dus letterlijk in mijn kelder. Dat is wel goed om even naast de rest te leggen. Want daar stonden AMD, HPE, SUSE — mega-organisaties met duizenden mensen. En daar sta ik dan, als eenmanszaakje, tussen.
Dat was nederig makend. Al werd er bij dat HackShield-verhaal ook gezegd dat zij ooit vanuit een garage begonnen zijn. En dat is het punt: bijna niemand begint meteen in een corporate building en is dan meteen huge. Dat soort dingen heeft tijd nodig.
RAID, maar dan over vier clouds
Ik heb ook nog gepraat met de mensen van Vawlt. Dat is een opslag- en backupoplossing die multi-cloud behandelt als een soort RAID. Je hebt bijvoorbeeld vier opslagplekken bij verschillende providers, waarvan één parity, en alles wordt versleuteld en versnipperd weggeschreven. Raak je één cloud kwijt of wordt er eentje gecompromitteerd, dan kun je vanuit de andere gewoon weer terugschrijven.
Voor wie het niet kent: RAID staat voor Redundant Array of Independent Disks — oorspronkelijk zelfs Inexpensive Disks. Het is een slimme, goedkope manier om je data bij elkaar te houden zonder dat je letterlijk alles dubbel hoeft op te slaan: met één extra schijf sta je al voor drie schijven reserve. Dat principe toepassen op meerdere clouds tegelijk vind ik gewoon creatief bedacht.
Bij de prijzen dacht ik wel: wauw, dan moeten we nog even opschalen. Maar het idee is mooi.
Van die gasten kreeg ik een multitool — zo'n tangetje dat je uit elkaar kunt trekken, met een lampje, een zakmesje en een schroevendraaiertje erin.

Breakout 1: hybride cloud, en een oude liefde genaamd SUSE
De eerste breakoutsessie die ik koos ging over hybride cloud. Daar kwamen mensen van HPE en AMD vertellen over hun servers en processoren: wat je kunt huren, hoe hun panel eruitziet, wat de nieuwe ontwikkelingen zijn. Er werd verteld over de nieuwe AMD-serverchips.
In mijn eigen datacenter-from-home draait ook AMD — alleen dan een Ryzen. Gewoon een consumenten-CPU waar ik een server op gebouwd heb. Er zijn wel meer serverboeren die dat doen, hoor. Maar het is toch wat anders dan de echte serverlijn van AMD, want die is een flink stuk duurder. Bij die bedragen dacht ik: oké. Leuk dat je een hobby hebt.
Nou ja — ik heb een belastingplichtige hobby. Zo liep ik daar weg: dit is echt een leuk bedrijfje, maar in het licht van deze grote jongens ben ik gewoon een kruimeltje. Maakt niet uit. We blijven ambitieus.
Er was ook een talk van SUSE. Die vertelden over hun virtualisatie-ecosysteem: containers, VPS'en, een eigen hypervisor, en dat je dat hele platform kunt aansturen via SUSE Rancher. Daar had ik het afgelopen jaar al het een en ander over gehoord — ik heb zelfs een keer met die lui gebeld.
Interessant, want ik ben in mijn eigen platform net overgestapt naar Proxmox, simpelweg omdat dat veel makkelijker ging. SUSE biedt op een andere schaal iets vergelijkbaars, al heb ik het idee dat dat vooral werkt op wat meer geüniformeerde infra.
Want daar gaat het uiteindelijk om: ijzer gereedmaken voor productie. Waarom doen we aan virtualisatie en containers? Omdat één computer prima de capaciteit heeft voor twintig websites. Eén machine voor één website is gewoon zonde. Dus verdeel je die machine in vakjes — subcomputers, Virtual Private Servers, die je aan het internet kunt hangen. En soms wil je juist géén VPS, omdat dat te lomp is: dan moet je geheugen en bandbreedte vastzetten. Dan wil je iets fluïders dat directer op de hardware aansluit. Dan neem je een container. Dat is transparanter.
Ik kan nu beide, met het Proxmox-cluster dat ik heb opgezet. Maar het zou dus ook met SUSE kunnen.
En eerlijk: SUSE is voor mij ook nostalgie. Ik ben heel vroeger met Linux begonnen — ik was veertien, en de allereerste distributie die ik in handen kreeg was een Franstalige. Ik kon geen Frans en ik vond Linux toen ook nog lastig. Later ben ik naar Mandrake gegaan, dat later Mandriva werd. En van SUSE heb ik een paar keer een volledige versie gekócht, in de tijd dat je nog dozen met dvd's kocht waar de software op stond. Daar heb ik veel plezier aan beleefd, want het is echt een mooi softwareproduct. SUSE is al sinds 1992 actief in de opensourcewereld en is daarmee zowat de meest gevestigde naam die er is.
Die talk was gewoon goed. Daar heb ik van genoten.
Breakout 2: de Europese cloud
Na weer een korte pauze — even rondlopen, wat drinken — ging de tweede breakout over de Europese cloud.
Daar kwam iemand van OVHcloud vertellen. Over hoe zij rond 1999 als klein bedrijfje begonnen zijn en langzaam zijn opgegroeid met hun eigen infrastructuur, eigen netwerken, eigen glasvezel — tot het miljoenenbedrijf en de grote Europese cloudleverancier die ze nu zijn. Dat was een inspirerend verhaal: klein begonnen, en toch een Europees succesverhaal.

Want iedereen kent AWS, Google en Microsoft. Maar wie kent OVHcloud? Dat is een stuk kleiner en veel meer een nichenaam. Terwijl het gewoon betekent: we hébben in Europa een grote cloudprovider waar je met een grotere, schaalbare vraag terechtkunt.
Daarna kwam Leafcloud. En dat vond ik ronduit geniaal.
Leafcloud heeft bedacht dat de warmte die hun servers produceren prima hergebruikt kan worden — in verzorgingstehuizen, zwembaden, kassen, overal waar een warmtevraag zit. Hun machines staan letterlijk in woongebouwen en zorginstellingen in Amsterdam, waar de restwarmte aardgas vervangt voor bijvoorbeeld douchewater. Daarmee kunnen ze hun infrastructuur decentraliseren en naast bestaande gebouwen en industrie plaatsen, in plaats van in één groot datacenter dat je ook nog eens moet kóelen.
Dat concept raakte me echt. Dat is geen greenwashing-praatje, dat is een fundamenteel ander ontwerp.
De laatste talk: het mechanisme, niet de merites
En dan was er nog een laatste talk. Een wat gezette man met baardhaar en een bril kwam het podium op en zei: "Sorry, ik sta tussen jullie en de barbecue in."
Ik was die talk aanvankelijk compleet kwijt — mijn aandachtsspanne zat vol, ik had meer cues nodig. Maar toen ik mijn foto's terugkeek, kwam het in één klap terug. En het bleek de meest indringende talk van de dag.
Hij ging over soevereiniteit en autonomie. Dat thema liep als een rode draad door de hele middag — het staat zelfs in de officiële omschrijving van drie van de vier kennissessies. Maar deze spreker deed iets anders dan een visie schetsen. Hij liet één concrete casus zien, van nog geen week oud.
Autistici/Inventati, 26 augustus 2026

Autistici/Inventati is een Italiaans collectief dat sinds 2001 digitale infrastructuur levert aan bewegingen en activisten: e-mail, hosting, mailinglijsten, chat, videobellen, streaming, privacy- en anonimiteitsdiensten. Vijfentwintig jaar zelf gehost. Servers in Italië. Gebruikers in Europa.
En toen ging het in zes dagen om. De slide zette het naast elkaar:
- 26 augustus — de sanctielijst. Het Amerikaanse ministerie van Financiën zet A/I via OFAC op de lijst als Specially Designated Global Terrorist, met de beschuldiging dat ze financiële, materiële of technologische steun aan terrorisme zouden hebben geleverd. Er komt een aflooplicentie tot 25 september.
- 27 augustus — de betaalrail. PayPal schorst het account. Een dag later staat het geld vast.
- 28 augustus — de registry. Het domein autistici.org gaat op
serverHolden is daarmee niet meer bereikbaar via DNS. De registrar is Frans. Maar het .org-register, PIR, is Amerikaans. - 1 september — de bank. Banca Etica kondigt aan de rekening te sluiten.
En toen kwam de zin waar het om draaide:
"No warrant. No data request. No server touched. Twenty-five years of self-hosting — and the lever was a TLD and a payment rail."
Geen huiszoekingsbevel. Geen datavordering. Geen server aangeraakt. Vijfentwintig jaar in eigen beheer, en de hefboom was een topleveldomein en een betaalrail.
Daaronder stond: "Servers in Italy. Users in Europe. Nobody in Europe was asked — and nothing in Europe could have stopped it." Niemand in Europa is iets gevraagd, en niets in Europa had het kunnen tegenhouden.
En op de laatste slide, in grote letters: "The point is the mechanism, not the merits."
Waarom dat de belangrijkste zin van de dag was
Want dat is precies waar dit soort discussies altijd op stukloopt. Zodra je zo'n casus noemt, gaat het gesprek over de vraag of je het met dat collectief eens bent. Of ze het verdiend hebben. Of er niet toch iets aan de hand was.
Dat is niet het punt. Het punt is dat het kán. Dat het mechanisme bestaat, dat het buiten elke Europese rechter om werkt, en dat het in zes dagen een organisatie kan uitschakelen die alles zelf in beheer had. Wie er de volgende keer aan de beurt is, bepaalt niemand hier.
En dit is dus precies wat ik zelf al jaren roep zonder het zo scherp te kunnen formuleren. We hebben het over de Patriot Act gehad, en later over de CLOUD Act: Amerikaanse wetgeving die Amerikaanse aanbieders verplicht data te overhandigen, óók als die data ergens anders staat. Niet omdat Microsoft, Amazon of Google dat leuk vinden. Niet omdat ze het contractueel zo geregeld hebben. Maar omdat de wet boven het contract gaat, en zij onder die wet vallen.
Dat betekent dat geen enkele Amerikaanse partij je die garantie kan geven. "Onze data staat in een Europees datacenter" is geen garantie — Autistici's servers stónden in Italië. De registrar was Frans. Het maakte niks uit, want er zat één Amerikaanse schakel in de keten en dat was genoeg.
En dan hebben we het nog over normale omstandigheden. Zet er in Washington iemand aan de knoppen die het kwaad meent, en dan is dat geen theoretisch risico meer maar gewoon een knop die iemand indrukt. Als jouw bedrijfsvoering afhangt van Amerikaanse tech, dan hangt hij daarmee ook af van de vraag wie daar op dat moment aan de macht is. Dat is geen politiek standpunt. Dat is een afhankelijkheidsdiagram.
Dit is dus waarom het verhaal van Cristina Caffarra eerder die middag geen ideologie was maar bedrijfskunde. Waarom OVHcloud ertoe doet. Waarom Leafcloud ertoe doet. En waarom dat rack in mijn kelder — hoe klein ook — niet alleen een belastingplichtige hobby is, maar ook gewoon een stukje infrastructuur waar geen enkele buitenlandse instantie een schakelaar op heeft.
De weg terug
Daarna ben ik Sander gaan zoeken, want die zou de auto voor me openmaken zodat ik mijn tas kon pakken. Hij bleef wel voor de barbecue — dat kon hij prima aan, en dat moet hij vooral zelf weten. Ik ging met het openbaar vervoer terug: bus van Kamerik naar Woerden, trein naar Utrecht, trein naar Zutphen. Bij elkaar zo'n twee uur.
Ik was al behoorlijk geprikkeld. En eerlijk gezegd was ik na afloop ook achterdochtig. Ik had onderweg wat puzzelstukjes in mijn hoofd gelegd die achteraf best paranoïde overkwamen. Of het waar is of niet doet er eigenlijk niet toe — je kunt het toch niet overbrengen, niemand gaat het bevestigen, en dan blijft het je persoonlijke geloof. Dus: loslaten.
Daar had ik wel een nachtje voor nodig. Ik had echt wat gefragmenteerde gedachten waarvan ik dacht: hm, dat is misschien niet allemaal helemaal waar, en het is zeker niet nodig om daaraan vast te houden.
En dít is precies waarom ik op tijd ben weggegaan. Was ik de hele avond gebleven, tot en met de barbecue, en had ik mezelf overbelast — dan kun je daar juist in vast komen te zitten. Dan blijf je onlogische dingen zien die anderen niet kunnen bevestigen, en dán wordt het problematisch.
Met 0,3 milligram risperidon moet ik gewoon beter op mijn belastbaarheid letten. En dat heb ik goed gedaan, vind ik.
Er was trouwens nog een moment dat precies laat zien hoe diep dit zit. Ik moest op een gegeven moment plassen, en dat lukte simpelweg niet, want iedereen stond daar te plassen om me heen. Als er twintig man om me heen staat ontspan ik niet. Uiteindelijk ben ik een wc ingegaan waar ik de deur achter me dicht kon doen, en toen lukte het wel.
Het is niet dat ik me op zulke momenten direct angstig vóel. Maar die basisspanning wordt zo hoog dat mijn lijf gewoon schreeuwt. Daar kan niemand wat aan doen. Het is niemands schuld — niemand had me daar kwaad gedaan. Maar het is wel wat mijn lijf zegt, en daar moet ik mee leren omgaan.

Waarom dit toch een succes was
Ik ben niet voor niets ooit behandeld. Alleen is het daar niet beter van geworden — ik ben er juist zwak door gemaakt, doordat ik heel lang geïsoleerd ben geweest. Dit soort grote, massieve evenementen weer doen kost dus training. Ik moet dit vaker doen voordat ik genoeg draagkracht heb om het met gemak te doen.
Ik had het natuurlijk mogen oefenen bij de symposia in de GGZ, bij het UMCG en dat soort plekken — in een veilige omgeving met dat soort aantallen mensen weer leren functioneren. En nu doe ik het gewoon in mijn eigen vakgebied, op de Dag van de Nederlandse Cloud.
Ik heb voor mezelf besloten dat je van de GGZ net zomin als van de Europese Unie moet verwachten dat ze het ooit voor je oplossen. Je moet zelf de manieren vinden om met je lichaam om te gaan. In een hoekje gaan zitten en jezelf beschadigen helpt in elk geval niet. Dus ga maar gewoon de dingen doen die je van het leven verwacht, en zie ermee om te gaan. Iedereen heeft zijn shit. Dit is de mijne.
Dus ja: ik heb niet iedereen kunnen spreken die ik had willen spreken. Ik ben veel te vroeg naar huis gegaan voor een echte netwerker. Ik ben één-op-één ook gewoon veel beter benaderbaar dan op zo'n groot event, want daar ben ik me ook aan het verdedigen.
Maar ik heb aan alle onderdelen meegedaan. Ik heb het plenaire deel gezeten, beide breakouts gedaan, mensen gesproken, kaartjes uitgewisseld, een pin en een multitool gescoord, en ik ben op eigen kracht heen en terug gereisd.
Ik ben naar een groot netwerkevent van mijn eigen beroepsgroep geweest. Iets wat een paar jaar geleden, gezien mijn constitutie, voor onmogelijk werd gehouden.
Ik ben niet kapot thuisgekomen. Ik heb geen rare dingen gedaan. Ik ben op tijd weggegaan omdat ik mijn energie wilde begrenzen, en dat is precies gelukt.
Dat is voor mij een hele grote stap. En dit is pas het begin — hier word ik nog wel beter in.
Genoemd in dit stuk: Dag van de Nederlandse Cloud · Blackwall · HackShield · EuroStack · Spamhaus · Vawlt · HPE · AMD · SUSE · OVHcloud · Leafcloud · Proxmox · Autistici/Inventati — persverklaring 28 augustus 2026




No comments yet